Over

Verantwoorde Hulp voor Jeugd

Het toezicht voert de inspectie uit aan de hand van het toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd. Het toetsingskader is gebaseerd op de vigerende wet- en regelgeving, de kwaliteitskaders uit het veld en de richtlijnen van professionals voor verantwoorde jeugdhulp. Het toetsingskader bestaat uit vijf thema’s: Uitvoering hulp, Veiligheid, Leefklimaat, Cliëntenpositie en Bestuurlijke organisatie. Elk thema is uitgewerkt in een aantal criteria en verwachtingen.

Er zijn inmiddels specifieke toetsingskaders voor nieuwe toetreders in de jeugdhulp, jeugdhulp zonder verblijf, jeugdhulp met verblijf en gesloten jeugdhulp. In deze specifieke toetsingskaders toetst de inspectie altijd als ondergrens het thema veiligheid, aangevuld met verwachtingen die ‘het hart’ van de jeugdhulp vullen: de positie van de cliënt, de uitvoering van de hulp en enkele verwachtingen die de inspectie op basis van haar speerpunten selecteert. Deze verwachtingen zijn de kernverwachtingen en kunnen aangevuld worden met andere verwachtingen uit het toetsingskader VHJ.

Beslisregel

De inspectie oordeelt per verwachting. Als uitgangspunt geldt dat alle verwachtingen bij het type toezicht voldoende dienen te zijn. Omdat het voorstelbaar is dat een aanbieder bij een eerste toetsing van de inspectie niet aan alle verwachtingen voldoet, zal de inspectie daar bij haar in te zetten vervolgtraject rekening mee houden. Als beslisregel voor haar vervolgtraject hanteert de inspectie dat als meer dan 75% van de getoetste verwachtingen voldoende zijn, zij vertrouwen heeft dat de aanbieder alle verbetermaatregelen zonder hertoets van de inspectie op orde brengt. Als minder dan 65% van de getoetste verwachtingen voldoende zijn overweegt de inspectie voor haar vervolgtraject of een zwaardere maatregel nodig is, zoals verscherpt toezicht of een bestuurlijke maatregel. Aanvullend op de kernverwachtingen behorende bij het type toezicht kan de inspectie ook andere verwachtingen toetsen uit haar toetsingskader VHJ, de zogenaamde aanvullende verwachtingen. Als beslisregel hanteert de inspectie hierbij dat de aanbieder voldoet als zij minimaal 65% van de aanvullende verwachtingen op orde heeft. De inspectie kan gegeven de omstandigheden gemotiveerd afwijken van bovenstaande beslisregel, te denken valt aan situaties waarbij risico’s zijn voor de veiligheid, de mate van vertrouwen in een aanbieder, de aard en ernst van de overtredingen, het bestuurlijke boetebeleid van de inspectie en de samenhang tussen de tekortkomingen.

In onderstaand schema is het vervolgtraject per type toezicht met betrekking tot het aantal kernverwachtingen uitgewerkt.Jeugdhulp zonder verblijf22 kernverwachtingen van de 46 van toepassing zijnde verwachtingen.

17 tot 22 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie vertrouwt erop dat de aanbieder verbetermaatregelen doorvoert.14 tot 17 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie beoordeelt het verbeterplan van de aanbieder.Minder dan 14 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie overweegt een zwaardere maatregel.

Jeugdhulp met verblijf32 kernverwachtingen van de 59 van toepassing zijnde verwachtingen.

24 tot 32 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie vertrouwt erop dat de aanbieder verbetermaatregelen doorvoert.21 tot 24 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie beoordeelt het verbeterplan van de aanbieder.Minder dan 21 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie overweegt een zwaardere maatregel.

Gesloten Jeugdhulp37 kernverwachtingen van de 67 van toepassing zijnde verwachtingen.

28 tot 37 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie vertrouwt erop dat de aanbieder verbetermaatregelen doorvoert.24 tot 28 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie beoordeelt het verbeterplan van de aanbieder.Minder dan 24 verwachtingen zijn voldoende:de inspectie overweegt een zwaardere maatregel.

Als de inspectie geen verscherpt toezicht instelt, of geen aanwijzing of bevel geeft in relatie tot geconstateerde tekortkomingen, wordt de aanbieder geacht in staat te zijn om verantwoorde hulp te bieden.

De inspectie kan aan bovenstaande een eindoordeel verbinden: goed, voldoende, matig of onvoldoende.

Definities

  • Onder ‘aanbieder’ verstaat de inspectie de (individuele) jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet .
  • Onder ‘geregistreerde professionals’ verstaat de inspectie jeugdzorgwerkers die zijn geregistreerd of vooraangemeld  in het Kwaliteitsregister Jeugd en gedragswetenschappers die zijn geregistreerd of vooraangemeld in het Kwaliteitsregister Jeugd en alle BIG-geregisteerden.
  • Onder ‘hulp’ verstaat de inspectie hulpverlening, begeleiding, behandeling, zorg, ondersteuning, etc.
  • Onder ‘jeugdige’ verstaat de inspectie een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, of die tussen de 18 en de 23 jaar is en bij wie jeugdhulp nog steeds noodzakelijk is.
  • Onder ‘netwerk’ verstaat de inspectie andere voor de jeugdige en of hun ouders belangrijke personen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
  • Onder ‘ouders’ verstaat de inspectie de gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
  • Onder ‘pleegouder’ verstaat de inspectie een persoon die een jeugdige die niet zijn of haar eigen kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en daartoe een pleegcontract heeft gesloten met een aanbieder voor pleegzorg.
  • Onder ‘professionals’ verstaat de inspectie alle personen die vanuit of namens de aanbieder jeugdhulp uitvoert.